Ontstaan van Diest

Ontstaan van Diest

De oudste sporen van menselijke bewoning in de streek van Diest dateren uit het Paleolithicum (ong. 70.000 voor Christus). De eigenlijke grondvesten voor het huidige Diest werden gelegd in de Frankische periode. Volgens de overlevering zou de Heilige Remigius in de 7de eeuw een kerkje hebben opgericht ter ere van zijn leermeester, de heilige Sulpitius. Het zijn de Kelten die vermoedelijk aan de basis liggen van de namen Diest en Demer.

Herkomst van de naam Diest:

Volgens onderzoek zou de naam Diest afkomstig zijn van de Indogermaanse stam `dheus´, hetgeen `goddelijk´, `heilig´betekent, plus het achtervoegsel `-t´, hetgeen `nederzetting´wil zeggen. De betekenis zou dan zijn: `nederzetting bij heilig water´en wijzen op het feit dat de nabijheid van stromend water voor een primitieve nederzetting van essentieel belang was.

De eerste stadskern:

De oudste kern van Diest zou ontstaan zijn op een iets hoger gelegen deel van de zuidelijke oever van de Demer rond de voorganger van de Sint-Sulpitiuskerk. De oudste vermelding van de nederzetting dateert uit 837. Diest was toen een pagus of graafschap van het Karolingische Rijk. De stad dankte haar opkomst aan haar gunstige ligging: Diest lag langs de handelsweg Brugge-Keulen en aan de rivier de Demer.

Het pre-stedelijke Diest concentreerde zich vanaf de 11de eeuw rond de huidige Grote Markt met als kern de primitieve Sint-Sulpitiuskerk. De oudste vermelding van deze kerk dateert uit 1163. Waarschijnlijk was deze eerste kern door een bescheiden aarden wal en gracht omgeven.

Spring naar toolbar